Olli-probleem

Griekenland had geen andere keuze dan in te stemmen met de drastische bezuinigingen. Een bankroet is nog drastischer. Het kabinet, het parlement, het protest: ze zijn niet meer dan herinneringen aan een democratie. De trojka is aan de macht in Griekenland.

Ook andere landen moesten soevereiniteit inleveren. Pas toen in Italië de politicus Berlusconi plaatsmaakte voor de technocraat Monti was de ECB bereid de onrust op de financiële markten weg te nemen door driejarige leningen aan banken te verstrekken.

Nederland heeft te maken met Olli Rehn. Hij heeft een rol die lijkt op de door Nederland zo vurig gewenste eurocommissaris. Rehn heeft in die rol duidelijk gemaakt dat Nederland in 2013 een tekort van niet meer dan drie procent van het nationaal product mag hebben (terwijl het tekort in 2012 nog 4,1 procent bedraagt en bij de komende voorspelling van het CPB hoger kan blijken uit te vallen). Alle bezweringen van Rutte ten spijt heeft ook Nederland soevereiniteit ingeleverd. Aan Olli Rehn.

Voor de grens aan het tekort zijn weinig betere redenen te vinden dan dat drie een bijbels getal is. Natuurlijk worden er andere redenen aangevoerd. Minister van Financiën De Jager betoogde eerder dat bezuinigingen de economie zelfs zouden kunnen stimuleren. Door bezuinigingen zouden burgers en bedrijven hun angst verliezen dat de overheidsfinanciën uit de hand lopen en belastingen oplopen, en zouden ze weer durven te besteden. Deze reden is even ingenieus als onzinnig: onderzoek van het IMF heeft laten zien dat een reductie van het tekort met één procent gemiddeld leidt tot een verlaging van de bestedingen met een half procent. De lessen van Keynes zijn nog onverminderd relevant.

De Jager betoogt daarom tegenwoordig dat extra bezuinigingen nodig zijn om het vertrouwen van de financiële markten te behouden. Dit veronachtzaamt dat dat vertrouwen groot is: ondanks een oplopend tekort heeft Nederland, net als Duitsland en Finland, een opvallend lage rente. Bovendien is de doelstelling voor bezuinigingen minder overtuigend dan doorvoering van structurele hervormingen. De doelstelling zal uiteindelijk niet gehaald worden terwijl de doorvoering een onomkeerbaar effect heeft. Olli Rehn, onze eurocommissaris, heeft zelfs geen reden nodig. Hij brengt alleen naar voren dat Nederland zich als elk land aan de afspraken moet houden.

Het IMF vreest dat door gezamenlijk bezuinigen de eurolanden gezamenlijk achteruitgaan. Het instituut pleit ervoor dat landen met een lage rente minder snel bezuinigen dan landen met hoge rente. Maar Rehn heeft hieraan geen boodschap: afspraak is afspraak. Het lijdt geen twijfel dat veel nationale politici zich hierbij zullen aansluiten. Dat biedt hun de mogelijkheid om zich te verschuilen achter ‘het moet van Europa’. Dat ontslaat hen tevens van de onmogelijke opdracht om voor de grens van drie procent een goede reden aan te voeren.

De consensus in Brussel staat in schril contrast met het debat in Washington. Daar is een levendig en breed debat over mogelijkheden van de staat om de economie te stabiliseren en de markt te beteugelen. Ik volg dat met jaloezie. Hier is de consensus samen te vatten in twee cijfers: niet meer dan drie procent tekort en niet meer dan twee procent inflatie. Hiermee wordt elk debat gesmoord.

De Europese landen dragen autonomie over aan Europese bureaucraten, die zich hooguit gesteund weten door de tandem Merkel-Sarkozy maar verder elke democratische legitimering ontberen. Die zich verschuilen achter regels waarvan de oorsprong in ingewikkelde Europese besluitvorming ligt maar verder elke rationaliteit missen. Deze ontwikkeling is bedreigend voor de landen maar ook voor het grootse experiment van de Europese Unie. Het ongenoegen onder het grote publiek over de Brusselse bemoeizucht zal groeien, aangemoedigd door nationale politici die zich willen of moeten verschuilen achter Europese regels. Dit is niet zo moeilijk voor te stellen: het ongenoegen is al eerder tot uitbarsting gekomen.

Economische coördinatie kan niet zonder Europese politisering. Het kan niet volstaan met onderonsjes tussen (twee) regeringsleiders of geschuif van memo’s tussen ambtenaren. Het oude idee van een dubbelmandaat waarbij volksvertegenwoordigers zitting in het nationale en het Europese parlement hebben, moet maar een nieuw leven krijgen. Het voorkomt in elk geval dat nationale parlementariërs zich verschuilen achter Europese regels. Bovendien hoeft economische coördinatie niet te ver doorgevoerd te worden. Ik geloof nog steeds dat het mogelijk is om monetaire eenheid te combineren met minimale budgettaire eisen. Voorwaarde is wel dat een land bankroet kan gaan, zonder banken mee te sleuren en andere landen te besmetten. De econoom Willem Buiter noemt dat het Europa van ‘brokken maken, brokken betalen’.

De markten waren opgelucht over de instemming door Griekenland. Maar het zal niet lang duren voor oude en nieuwe problemen de kop opsteken. Voor Griekenland maar ook voor Europa.

 

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , , , , , | Plaats een reactie

Neuspeuteren

Waarom laten politieke partijen de ongelijke behandeling op de arbeidsmarkt voortbestaan? Alleen van de PVV valt dat nog te begrijpen. Die partij zal de cynische redenering hebben dat Henk en Ingrid zich tegen ontslag beschermd weten, ook al peuteren ze in hun neus, en dat Fatima en Ahmed hun tijdelijke contract niet verlengd zien worden. Maar voor alle andere partijen is er toch alle reden om zich niet bij de ongelijkheid tussen vaste en tijdelijke krachten neer te leggen.

De kans op werkloosheid is bepaald niet gelijk verdeeld. Het zijn de mensen met tijdelijke contracten die als eerste de economische terugslag voelen. Dat zijn juist de mensen die moeite hebben een baan te vinden. Zo waren in 2010 mannen en vrouwen van Marokkaanse afkomst drie keer vaker werkloos dan autochtone Nederlanders. Die verhouding zou nog schever kunnen worden. Het is verre van denkbeeldig dat veel bedrijven dit jaar alsnog rigoureus banen zullen schrappen.

Aan ontslagbescherming zijn veel problemen toegeschreven. Het zou bedrijven huiverig maken om mensen in dienst te nemen en daarmee de werkloosheid opjagen. Juist in een snel veranderende wereld zou meer flexibiliteit voor bedrijven van grote waarde zijn. Deze redenering is jarenlang in zwang geweest en is evenzeer fact-free gebleken. Feit is dat naar internationale maatstaven de werkloosheid in Nederland laag is én niet zo hard gestegen is tijdens de unieke periode van economische krimp. In het vaak bejubelde Denemarken en in de o zo flexibele VS lag de werkloosheid voor het uitbreken van de kredietcrisis al hoger dan in Nederland. Bovendien is daar de werkloosheid veel harder gestegen dan hier. Het probleem in Nederland is daarom niet het niveau van werkloosheid maar de verdeling ervan. Het is de groeiende groep van tijdelijke contracten en van zelfstandigen die de klap van een economische inzinking moet opvangen.

Voor het probleem van ongelijke bescherming zijn twee oplossingen: geef mensen met tijdelijke contracten meer bescherming of geef mensen met een vast contract minder bescherming. Het eerste is onlangs voorgesteld door FNV Bondgenoten. Die vakbond wil dat werkgevers een hogere WW-premie betalen voor werknemers met een tijdelijk contract. Hiertegen is het bezwaar gemaakt dat dit banen kost, juist voor mensen met al een slechte positie op de arbeidsmarkt. Dat bezwaar is terecht. Veel werkgevers zijn alleen bereid deze mensen een contract aan te bieden als de (ontslag)kosten beperkt zijn. Het tweede werd geprobeerd door de vorige minister van Sociale Zaken Piet-Hein Donner. Hij wilde de preventieve toets bij ontslag afschaffen. Dat zou de werknemer aan willekeur van de werkgever hebben onderworpen. Niet alleen neuspeuteren maar ook rood haar of een hoofddoekje zou dan grond voor ontslag kunnen zijn. De toenmalige coalitiegenoot PvdA torpedeerde dat voorstel uiteindelijk. Per saldo is het gevolg wel dat aan het probleem van ongelijke bescherming nog niks is veranderd.

De huidige minister van Sociale Zaken Henk Kamp is slimmer dan zijn voorganger. Hij komt met het voorstel om een contract van zeven jaar mogelijk te maken. Het biedt meer bescherming voor tijdelijke krachten terwijl de werkgever nog enige flexibiliteit behoudt. Bovendien, na zeven jaar komt in elke relatie een moment van evaluatie: de seven-year itch. Het is helemaal niet verkeerd dat werknemers eens in de zeven jaar erover nadenken waar ze hun loopbaan voortzetten. Waarom zouden niet alle arbeidsrelaties uit zevenjarige contracten bestaan? Misschien is dat wel het achterliggende idee van Kamp. Na dit ene voorstel komt vroeger of later het andere voorstel om een tweede zevenjarig contract mogelijk te maken. Dat is een sluipende, en slimme, hervorming van het ontslagrecht. Wellicht zal de gedoogpartner PVV Kamps voorstel daarom torpederen.

FNV Bondgenoten heeft wel gelijk dat met tijdelijke contracten (ongeacht de duur) werkgevers te makkelijk hun moeilijkheden kunnen afwentelen op het publieke stelsel van WW-uitkeringen. Zij moeten een financiële prikkel hebben om werknemers van baan naar baan te helpen. Daarom zouden ze verplicht moeten worden om (het WW-deel van) het loon door te betalen gedurende de eerste maanden dat een werknemer geen werk heeft. Dan hebben niet alleen werknemers maar ook werkgevers de prikkel om snel ander werk te vinden. Mensen met een slechte positie op de arbeidsmarkt moeten dan wel aantrekkelijk en dus goedkoop blijven, bijvoorbeeld door een fiscale subsidie.

Er zijn dus genoeg goede ideeën om de ongelijkheid tussen tijdelijke en vaste krachten terug te dringen. Zeker partijen als de PvdA en de SP die zeggen ongelijkheid te willen bestrijden, zouden deze moeten oppakken, en zouden moeten stoppen met neuspeuteren.

Naschrift

De CBS-cijfers over 2011 laten  weer een meer scheve verhouding zien: terwijl de werkloosheid onder autochtonen is gedaald, is die onder niet-westerse allochtonen juist gestegen.

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , , , , | Plaats een reactie

Grond voor Groei

Deze ochtend, 1 februari, ben ik bij de Raadscommissie BWK van Amsterdam. Ik presenteer daar de beschouwing over de haven en de stad “Grond voor Groei“.   De grote haven en de uitdijende stad lijken met elkaar  te botsen. Is dat zo? Kan dat anders?

Gepost in Geen categorie | Plaats een reactie

De (op)lopende rekening

De rekening moet worden betaald, maar dan moet de rekening niet verder oplopen. Je zou verwachten (of hopen) dat de schuldenaars sparen om af te lossen, en dat de schuldeisers ontsparen.

Toch is dat niet wat de figuur laat zien. Hierin staat de lopende rekening voor en na de kredietcrisis, 2004-2008 en 2009-2011 (bron: Ameco). De lopende rekening is het saldo van inkomsten en uitgaven voor een land. Een tekort betekent dat de uitgaven de inkomsten overtreffen.

De figuur is niet vernieuwend maar wel aardig. Het toont een aantal punten.

  1. De schulden zijn niet toe te schrijven aan losbandigheid in de publieke sector (alleen), zoals in Griekenland. In veel landen zijn de schulden in de private sector ontstaan: bij banken in Spanje en Ierland en bij bedrijven in Portugal en IJsland. Dat laatste land lijkt wel door een hedge fund gefinancierd geweest. Omgekeerd, de ‘veilige’ landen (met een triple A voor de overheden) hebben een langdurig overschot op de lopende rekening. Strengere begrotingsregels zijn op hun best maar een gedeeltelijk antwoord.
  2. Een tekort wordt sneller  een probleem als een landen een vaste wisselkoers heeft en in de Eurozone zit. Vergelijk landen als de VS en het VK met Spanje, Ierland en Italië.
  3. De onbalans van grote tekorten en grote overschotten bestaat voor én na het uitbreken van de kredietcrisis. Het herstel van de balans gaat traag, zeker in de Eurozone.
  4. De aanpassing moet plaatsvinden in de landen met tekorten; de landen met overschotten passen zich niet of nauwelijks aan. Nederland en Duitsland sparen door. Het is deze asymmetrie die effectieve vraag in de Eurozone onder druk zet en de recessie lang kan maken. De landen met tekorten moeten minder uitgeven. tegenover de de lagere uitgaven staan geen hogere uitgaven in en dus export naar Nederland en Duitsland. Een somber vooruitzicht.

Gepost in Geen categorie | Plaats een reactie

Toptaks

De linkse oppositie bindt de strijd aan met het kabinet. Het kan u niet ontgaan zijn. Er ligt een gezamenlijk strijdplan van PvdA, SP en Groenlinks. Ondanks al hun verschillen hebben de linkse partijen overeenstemming weten te bereiken over een aantal onderwerpen waarmee zij het kabinet zullen confronteren. Zo is in dat plan is te lezen dat het kabinet verzuimt om de Afsluitdijk op te knappen, de leegstand van kantoren tegen te gaan door bestemmingsplannen te wijzigingen, en een cofinancieringsregeling aan scholen aan te bieden. Strijdvaardig links, vindt u ook niet?

Als klapper van het strijdplan is desnoods de linkse oppositie bereid om een solidariteitstarief (een toptarief voor topschijf) in te voeren. Desnoods want er staat nadrukkelijk een voorwaarde in het strijdplan: als er meer geld nodig is. De voorwaarde is toch opvallend. De linkse partijen hebben altijd volgehouden dat het kabinet te veel bezuinigd en dat er meer geld nodig is. Sterker nog, ze hebben elk in hun verkiezingsprogramma’s zo’n toptaks staan. Er is geen groot, onoverbrugbaar verschil. De PvdA en Groenlinks willen een tarief van 60%, en de SP wil een tarief van 65%. Waarom verbindt de linkse oppositie dan aan de toptaks een voorwaarde? Hiervoor is geen goede reden te bedenken.

Het instellen van een toptaks zou een kentering van een trend zijn. Sinds de jaren tachtig daalde in de rijke landen het hoogste tarief steevast. In Engeland bracht Margret Thatcher het tarief terug van 83% naar 40%. In Nederland zette het kabinet Lubbers III een eerste stap van 72% naar 60%, en het paarse kabinet een laatste stap van 60% naar 52%. Het sentiment in de westerse samenlevingen was omgeslagen: de welgestelden werden niet langer met wantrouwen bekeken maar juist bewonderd voor hun succes. Het idee was dat een lager toptarief hen zou aanzetten om nog harder te werken en nog meer succes te boeken en dat gewone stervelingen daarvan zouden profiteren, via meer banen en hogere inkomens. Dit idee van trickle down was een onderdeel van Reaganomics; Ronald Reagan wist het hoogste tarief te verlagen van 70% naar 28%.

De verlaging van het toptarief is gevolgd door een spectaculaire stijging van topinkomens, met name in de Angelsaksische landen. Zo heeft in Verenigde Staten de 1% van hoogste inkomens het aandeel in het nationaal inkomen meer dan verdubbeld, en hebben daar de middeninkomens de waarde van hun lonen nauwelijks zien stijgen. In Nederland zijn de inkomensverhoudingen niet wezenlijk gewijzigd, behalve voor de top van het bedrijfsleven. Halverwege de jaren tachtig was de verhouding tussen een bestuursvoorzitter en de modale werknemers nog een factor 16, maar twintig jaar later was de verhouding verdubbeld naar 32. De miljoenenbeloning voor een wanprestatie door Rijkman Groenink past in het beeld van een ‘exhibitionistische’ stijging.

Het is niet zo dat de schevere inkomensverhoudingen zijn samengevallen met hogere economische groei. Daarop wijzen de Amerikaanse hoogleraren Thomas Piketty en Emmanual Saez die al jarenlang onderzoek naar inkomensongelijkheid doen. Sinds de jaren tachtig hebben Engeland en de Verenigde Staten gemiddeld geen hogere groei gekend dan andere rijke landen als Duitsland of Zweden. Een hoger aandeel van die 1% is ten koste gegaan van de overige 99%.

De economische schade van de toptaks wordt dan ook te zwaar aangedikt, met een beroep op het beeld van de homo economicus. Een toptaks heeft geen grote gevolgen voor de keuze om wel of niet lang en hard te werken of om wel of niet een carrière en succes na te jagen, zo laat onderzoek steevast zien. Een toptaks zal evenmin de topbestuurders het land doen verlaten. Als ze in de Verenigde Staten voor veel meer geld kunnen of willen werken, zouden ze dat al gedaan hebben. Daaraan verandert een toptaks weinig tot niets.

Het effect van de toptaks is toch vooral dat de top in bedrijf minder invloed op de eigen beloning kan uitoefenen. Commissarissen hebben zich zwak verweerd tegen de vraag vanuit de top naar een ruime vertrekvergoeding ondanks wanprestaties of naar een riante bonus waartegenover geen malus staat. Maar een dergelijke beloning is moeilijker te verdedigen tegenover aandeelhouders en werknemers naarmate een groter deel naar de fiscus gaat. Het wordt dan duidelijker dan ooit dat die beloning ten koste van het bedrijf gaat. Door het matigende effect op topinkomens komen de economen Piketty en Saez tot een optimaal toptarief van maar liefst 83%.

De toptaks is niet bedoeld om veel geld in staatskas te krijgen. Dat maakt een toptaks nog niet symbolisch. De taks is vooral bedoeld om de machtsverhoudingen binnen bedrijven te corrigeren en de inkomensverhoudingen binnen de perken te houden. Bovendien, een samenleving kan alleen door strijd in de politieke arena tot acceptabele inkomensverschillen komen. De toptaks is symbolisch voor een strijd tegen niet te rechtvaardigen inkomensverschillen, doordat machtsverhoudingen zijn scheef en markten zijn amoreel zijn. Het is te hopen dat de linkse partijen een werkelijk front vormen, niet voor het opknappen van dijken of het wijzigen van bestemmingsplannen. Maar voor een eerlijke verdeling.

verkorte versie is verschenen in de Groene

 

Gepost in Geen categorie | Plaats een reactie

bij enquêtecommissie

Op woensdag 9 november moest ook ik verschijnen voor de enquêtecommissie. Het onderwerp was de informatievoorziening aan de Tweede Kamer. Kon dat vooraf met vertrouwelijk en snel overleg of moest dat achteraf met alleen de mogelijkheid van goed- of afkeuring. Na eerdere optredens van TK-leden was was het verhoor geen groot nieuws. Maar mijn verzuchting dat de financiële markten de parlementen niet voor het blok horen te zetten, heeft NRC gehaald en is even relevant nu in 2011 als toen in 2008.

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , | Plaats een reactie

Slaafse politici

Een Europees akkoord is noodzakelijk, maar het is vooral belangrijk dat het overtuigt. Het moet de markten ervan overtuigen dat de schuld van een land als Italië zal worden voldaan, door Italië zelf en zo nodig via een noodfonds. Het voorstel door Frankrijk om het noodfonds te laten lenen bij de centrale bank is door Duitsland afgewezen. Nog sterker dan de wens om de euro te redden, blijkt de vrees voor inflatie. Want de laatste en misschien wel enige mogelijkheid om de euro te redden, is afgewezen.

lees verder

 

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , , | Plaats een reactie

Hardleerse bankiers

2011 lijkt verdraaid veel op 2008. Want er is weer koortsachtig onderhandeld over de redding van een bank en druk overlegd tussen politieke leiders over een reactie op de crisis. Zijn we deze drie jaar dan niets opgeschoten?

Lees verder

 

 

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , | Plaats een reactie

Vrouw calculeert ?

Koel calculerend.  Ze laat zich niet leiden door sterke emoties of door heersende normen. Nee, ze berekent en kiest voor de financieel gunstigste situatie. Dat typeert de vrouw, tenminste volgens het Nederlandse stelsel van belastingen en subsidies.

Lees verder

 

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , | Plaats een reactie

Golf van wantrouwen

Polderen blijkt geen garantie voor een goed resultaat. Het akkoord tussen sociale partners over AOW en pensioen bevat grote gaten. Daarmee bestaat het gevaar dat het pensioenstelsel overstroomd gaat worden door een golf van publiek wantrouwen. Lees verder

Een essay van Sweder van Wijnbergen en mij in het FD (zaterdag 2 juni) en op Mejudice.

 

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , | Plaats een reactie